Home > Publicaties > Dankelmant

Stoutenburglezing 6 oktober 2013 door Irene Dankelman

>> Ook te downloaden als pdf-bestand

Irene Dankelman tijdens de Stoutenburglezing 2013.

Deelgenoten:
over de wereld, vrouwen en ons milieu

Life is a whole: it is a circle.earth rio 20.jpg
That which breaks the circle should be stopped;
That which maintains the circle should be nurtured.

Dit zijn niet de woorden van een natuurwetenschapper of een landbouwkundige; nee, dit zei Krishna Gurung, een vrouw uit Nepal die voor haar levensonderhoud en dat van haar gezin heel haar leven al landbouw bedrijft. Zij deelde deze levenswijsheid met ons – zogenaamde deskundigen - tijdens een regionale ontmoeting in 1991 om over de toekomst van de wereld te praten. Voor mij werd haar uitspraak een levensspreuk: “Life is a whole: it is a circle

Ik heb het enorme voorrecht, want zo beschouw ik het echt, om in mijn werk  (dat zich over vele hoeken van de wereld uitstrekt) heel veel prachtige mensen – vrouwen en mannen - te ontmoeten. En alhoewel de plekken waar zij leven dikwijls niet de meest hoopgevende zijn, weten zij toch in hun dagelijks leven vorm te geven aan die zojuist uitgesproken levenswijsheid.  Dat maakt dat ik deelgenoot mag zijn van de wereld, van vrouwen en van ons leefmilieu. Ik ben blij dat ik u vandaag deelgenoot mag maken van mijn ontmoetingen en ervaringen.

Vorig jaar heeft u, tijdens de Stoutenburglezing 2012, van Rudy Dhont uitgebreid gehoord over Veerkracht, Transitie en Spiritualiteit. Dat heeft velen van u geïnspireerd om daarmee verder aan de gang te gaan. Ook ik hoop vandaag in mijn bijdrage verder te bouwen op dat thema. We zijn weer te gast op de Stoutenburg, waar de communiteit en velen die daar omheen staan, vorm proberen te geven aan thema’s als Gemeenschap, Spiritualiteit en Milieu, leitmotiven die ook in de reis die we vandaag samen maken een belangrijke rol zullen spelen.

Waar begin je?

Menigeen die een verhaal houdt zal het herkennen: de vraag van – waar begin ik? Je leest je in in de vorige lezingen en andere bijdragen vanuit de Franciscaanse beweging. Je trekt een stapel boeken uit de kast die je kunnen inspireren, je gaat bij jezelf te raadde en je staart vanachter je bureautje naar buiten: de tuin en de wereld in.  De zon komt zo nu en dan tussen de wolken vandaan, en de kleuren van de najaarsbloemen lichten op. De herfst dient zich voorzichtig aan, maar houdt de glimlach van de zomer in zich geborgen. Ik droom een eind weg, weg van de plaats waar ik ben. Gedachten vliegen als sms-berichtjes de wereld over….. een gedicht bloeit op:

My Help is in the Mountain…

My help is in the mountain
Where I take myself to heal
The earthly wounds
That people gave me.
I find a rock with sun on it
And a stream where the water runs gentle
And the trees which one by one give me company.

So must I stay for a long time
Until I have grown from the rock
And the stream is running through me
And I cannot tell myself from one tall tree.
Then I know that nothing touches me
Or makes me run away.
My help is in the mountain
That I take away with me.”

Nancy Wood (1936- ) from Hollering Sun (1972), waarin zij (met foto’s geïllustreerd) het leven en het geloof van de Taos Indianen (Pueblos)  in Nieuw Mexico in haar gedichten beschrijft.

Daar begint mijn verhaal: bij de planten en dieren, bij de bergen en bossen, waar ik me thuis voel, die vriendschap, troost en uitzicht bieden. Die zijn alleen om te zijn, niets meer, niets minder. Aan de hand van mijn vader, op de fiets tijdens de excursies van de Katholieke Jeugdbond voor Natuurstudie (KJN), o.l.v. prof.Victor Westhoff in het veld samen met de andere biologiestudenten.  In het leren kennen van de namen van planten, dieren of hele gemeenschappen, in het leren begrijpen van hun gedragingen, in het zien van hun bedreigingen, groeide mijn kennis over wat we nu natuur noemen. Maar meer nog dan het kennen, was er het gevoel één te zijn met die natuur, deelgenoot daarvan, of, zoals het Natuurcollege dat zo duidelijk aangeeft: de Natuur dat zijn Wij.

Zoals Annick Hedlund-de Witt het in haar proefschrift ‘Worldviews and the transformation to sustainable societies’, waarop ze begin deze week aan de VU promoveerde aangaf: het is de oerervaring, die maakt dat mensen zich één kunnen voelen met de natuur. Velen hebben zo’n ervaring gekend, in hun vroege jeugd of later, ver weg of juist dichtbij huis. Een ervaring waarbij al je zintuigen open lijken te staan: de geuren, de klanken, de beelden, het voelen… En je weet ineens: de natuur spreekt me rechtstreeks aan, ziet, voelt en hoort mij, en neemt mij op in het Al. In die ervaring kun je de Geest of het Goddelijke vermoeden. En word je spiritueel deelgenoot van het Al.

Guy Dilweg haalde in zijn Stoutenburglezing twee jaar geleden, de Amerikaanse theologe Sally McFague aan, die stelde dat de wereld  ‘Body of God’, Lichaam van God,  is; sacraal, een plek zo heilig.

Wat wens je toch elk kind, elk mens toe om zo een  ervaring (of ervaringen) rijk te worden.  Want wie eenmaal dáár wezenlijk door geraakt is, laat het nimmer meer los; die kan gegrond haar of zijn leven vorm geven. Die kan ‘my help is in the mountain’ terugvinden, en daarmee het grote verdriet van de wereld aan. Daarin weet je je - in al je kleinheid - bevestigd, en welke stap je ook zet: het is goed ….

En ons milieu dan?


Maar deze lezing zou toch gaan over de wereld, vrouwen en ons milieu? Hoe kom ik daar dan terecht. Die stap lijkt eenvoudig: natuur als levende samenleving van planten en dieren, en het milieu als het abiotische: water, lucht en bodem. Allereerst: voor een bioloog is al dat zogenaamd abiotische zo levend als het maar zijn kan: we weten maar al te goed dat al die elementen gonzen van het leven van micro-organismen tot reuze-schepsels, en dat onze bodem, water en lucht (of onze atmosfeer) een onlosmakelijk deel uitmaken van ‘s werelds ecosystemen en organismen (inclusief de mens).  Toch wordt ‘het milieu’ vaak anders geduid, als het grijze of blauwe milieu (in tegenstelling tot het groene). Als ‘het’: een onzijdig, kil gegeven, hulpbronnen die er zijn ten nutte van de mens. En dat utiliteitsdenken is ons nu juist zo funest geworden.

Dergelijk milieu-denken kreeg voor mij althans, een heel andere betekenis, toen ik – nog op de middelbare school gezeten, het boek Silent Spring, Dode Lente(1962)  van de Amerikaanse marien biologe Rachel Carson las.  Zij beschrijft daarin hoe met name het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tot een stille of dode lente kunnen leiden. Ze schrijft:

Those who contemplate the beauty of the earth find reserves of strength that will endure as long as life lasts. There is something infinitely healing in the repeated refrains of nature -- the assurance that dawn comes after night, and spring after winter…..”
Degenen die de schoonheid van de aarde beschouwen, vinden daarin reserves aan kracht die zullen voortduren zolang het leven voortduurt. Er bevindt zich iets onmetelijks helends in de steeds wederkerende refreinen van de natuur – de zekerheid dat de morgenstond komt na de nacht, en de lente na de winter….”
“The question is whether any civilization can wage relentless war on life without destroying itself, and without losing the right to be called civilized.
“De vraag is of enige beschaving een meedogenloze oorlog tegen het leven kan voeren zonder zichzelf te vernietigen, en zonder het recht om zich geciviliseerd te noemen te verliezen.”  (Rachel Carson, 1962)

32

Deze strijdlustige vrouw heeft een enorme betekenis gehad voor onze omgang met natuur en vooral milieu: ze is geprezen en verguisd, maar bovenal: haar treffende (poëtische) wijze ons deelgenoot te maken van de verschrikkingen van de aantasting van ons milieu (niet: hèt milieu) heeft tot wereldwijde wet- en regelgeving geleid, instituties in het leven geroepen,  en de wereld een beetje veerkrachtiger en wijzer achter gelaten. Ook voor mij vormde ze een belangrijke bron van inspiratie: ik ging niet alleen biologie studeren om meer over flora en fauna te weten te komen, maar vooral om iets te kunnen ondernemen tegen de zorgwekkende aantasting van natuur en milieu.

Of de milieusituatie sindsdien veel beter is,  is zeer de vraag. Maar zonder duizenden mensen (en hun instituten) die zich dag en nacht inzetten voor een leefbaarder schepping/wereld (dichtbij en veraf), zou de ecologische crisis waarvoor we ons thans geplaatst zien nog veel ernstiger vorm hebben aangenomen. En zouden we de hoop volledig zijn verloren, en dat hebben we, of ik althans, zeker nog niet!

En vrouwen dan?

wedo 2002.jpg Ik hoor het u al denken: deze lezing ging toch specifiek over vrouwen. Daar heb ik nog niets over gehoord. Of misschien denkt u wel: zie je wel, ze heeft daar niets zinnigs over te zeggen… Maar wie goed geluisterd heeft, valt het wellicht al op, dat alle mensen die ik aan het woord heb gelaten tijdens deze lezing vrouwen zijn: van de boerin uit Nepal, tot dichteressen en wetenschappers. En dat is geen toeval… Natuurlijk: ook van het mannelijke deel van onze samenleving hebben we veel zinnigs (en onzinnigs) geleerd, en het wemelt van de mannelijke pioniers, leiders, kunstenaars en leermeesters.  Maar het zijn niet alleen mannen die ons verleden, ons heden en onze toekomst vorm gaven en geven.

In mijn werk dat zich met milieu en duurzame ontwikkeling wereldwijd bezighoudt, heb ik het geluk gehad veel te mogen luisteren naar en leren van vrouwen. Dat begon al in 1985 tijdens de Wereldvrouwenconferentie in Nairobi, Kenia. Toen mocht ik meedoen met de organisatie van een serie workshops over vrouwen en de milieucrisis  Women and the Environmental Crisis(ELC, 1985). Voor mijn werk had ik al veel over de wereld gereisd, en ik had gezien dat er  “no equity without sustainability; no sustainability without equity’ (Heinrich Böll Foundation, 2002; concept: Fair Wealth)  bestond; dat mensenrechten en milieuzorg dicht bij elkaar (kunnen) liggen. Maar het was tijdens dié conferentie dat ik zo onmiskenbaar werd geconfronteerd met de eigen verhalen van vrouwen. De meest nog jonge vrouwelijke leiders kwamen uit verschillende delen van de wereld: Wangari Maathai uit Kenia, Vandana Shiva uit India, Maria José Guazzelli uit  Brazilië, en vele anderen: allen vertelden zij het verhaal van hoe het leefmilieu in hun streek of land werd aangetast, en hoe zij en andere vrouwen zich organiseerden om daar iets aan te doen.

kenia 3   Latere Nobel-prijswinnares prof. Wangari Maathai vertelde in 1985:  “Twintig jaar geleden kende Afrika geen wijdverbreide droogten, hongersnood, en stromen politieke en milieuvluchtelingen. Het continent verkeerde nog in de positie dat er gesproken kon worden over ontwikkeling zonder destructie…Gelijkheid heeft geen enkele zin, indien alles wat er gedeeld kan worden armoede en hardship is. Het heeft geen enkele zin als vrouwen alleen inferieure posities mogen innemen, ongelijke kansen hebben en als  tweederangs burgers worden behandeld… Omdat de taak die voor ons ligt enorm is, en we bijna te laat zijn, moeten we iedereen mobiliseren: mannen en vrouwen en kinderen, en alle beschikbare bronnen aanwenden. We moeten overwinnen! Daarom bent u naar Nairobi gekomen. U gelooft in uzelf. U heeft de kracht in uzelf. Gebruik het!” (pp.4-5)
chipko.jpg
Vandana Shiva deelde ervaringen vanuit de Chipko beweging in door droogten getroffen delen van India. “Waar is al het water gebleven? Metaforisch genoeg is het verdwenen om een door mannen-gedomineerd  en niet-duurzaam ontwikkelingsmodel in stand te houden…Vrouwen willen ontwikkeling die water en voeding veilig stelt. Mannen willen ontwikkeling die cash en contracten oplevert…”  De Chipko-beweging voor het behoud van bossen en water, werd in 1970 opgericht, en er participeerden vele vrouwen in. Het was, zei Vandana Shiva: ”…het product  van de ecologische contradictie tussen twee ontwikkelingsmodellen: de  ene een rechtvaardig en duurzaam model en de ander een onrechtvaardig en niet-duurzaam model”. En de vrouwen zongen: “What do forests bear? Soil, water and pure air. Soil, water and pure air. The source of all life.” “Wat brengen de bossen ons? Bodem, water en  schone lucht. Bodem, water en schone lucht. De bron van alle leven”. (pp.61-62)

Maria José Guazzelli liet weten: “Ondanks het feit dat er in de wereld meer vrouwen zijn dan mannen, en dat zij het meeste werk doen, wordt onze samenleving door mannen gedomineerd. Politieke beslissingen die de wereld besturen en menselijke bestemmingen bepalen, gaan voorbij aan de stem van vrouwen, en trekken hun recht op effectieve participatie in het sociale proces in twijfel…Gedurende de afgelopen vijf jaar hebben boerinnen in Brazilie zich georganiseerd om hun rechten te claimen; dat werd gecoördineerd door de Pastoral da Terra, een kerkelijke beweging op basis van de bevrijdingstheologie.”(pp.46-47)

En alhoewel we – 28 jaar geleden - maar al te goed wisten dat de rechten van vrouwen wereldwijd, nog veel, heel veel te wensen overlieten, waren het juist déze verhalen die aantoonden dat de ecologische uitdagingen van die tijd zwaar op de schouders van vrouwen rustten. Maar anderzijds lieten ze ook zien dat het vaak vrouwen zijn die daarbinnen naar oplossingen zoeken; maar helaas te vaak nog niet worden gehoord of gezien. Nairobi leerde ons dat vrouwen zèlf de mogelijkheid moeten krijgen om hun talenten in te zetten, hun stem te laten horen, en hun toekomst vorm te geven.
Mrs Jardhari     Later leerde ik nog veel bij, ondermeer door tijdens een veldonderzoek in Noord India zelf met vrouwen mee te gaan het land op. Agrobiodiversiteit (=de diversiteit aan gewassen en dieren in een landbouwsysteem) – en daarmee voedselzekerheid en voedselsoevereiniteit -  stond daar op het spel, en dat had van alles met gender-verhoudingen (man-vrouw) te maken. Met de Groene Revolutie werd nieuwe technologie geïntroduceerd die monocultures bevorderde en landbouw uit het domein van vrouwen in dat van mannen trok. De oorspronkelijk veel veerkrachtiger diverse systemen maakten plaats voor gevoelige, grootschalige en dure monocultures, en vrouwen verloren hun controle daarover.

En zo werd mijn missie er een om te helpen stem te geven aan de rol, bijdragen, positie en rechten van vrouwen wereldwijd, in een wereld waar de ecologische uitdagingen steeds groter leken te worden; en om daar veel anderen deelgenoot van te maken. Immers, een duurzame en rechtvaardige samenleving, roept om voldoende aandacht voor de sociale aspecten van duurzaamheid: juist door die ten volle tot hun recht te laten komen is er ruimte voor een ontwikkelingsmodel waarin niet alleen economische, maar juist ook ecologische grondslagen alle ruimte krijgen.

En daarna?


 Ik heb u meegenomen naar de periode van mijn ontwakend bewustzijn voor het belang van gender (m/v)-aspecten in milieu-aangelegenheden en de noodzaak van samenwerken aan een betere wereld.  U zult zich wellicht afvragen wat ik sindsdien heb bijgeleerd?

Allereerst het belang van mondiaal handelen om lokaal mogelijkheden te creëren; het omgekeerde van ‘thinking globally, acting locally’ eigenlijk! In mijn werk heb ik gezien dat er duizenden, misschien wel miljoenen belangrijke lokale initiatieven zijn, waarin ook vrouwen een belangrijke rol spelen. Maar het geglobaliseerde wereldtoneel bepaalt voor een belangrijk deel, hoeveel aandacht, ruimte/potentie en steun daarvoor is. De huidige economische crisis is daar een voorbeeld van. planeta femea 1.jpg

 Het begon eigenlijk in Rio de Janeiro in 1992,  toen we met duizenden overheden, NGOs en lokale groepen bijeen waren om de wereldagenda rond milieu en ontwikkeling (UNCED) vorm te geven. Door de stem van zogenaamde major groups uitgebreid te laten horen, ons tegen de onderhandelingen aan te bemoeien, en onze eigen actieagenda’s gereed te hebben, is er in Rio’92 ruimte geclaimd voor de rol, positie, en deelname van vrouwen in lokale, nationale en mondiale milieu- en duurzame ontwikkelingsbeleid, -plannen, en –initiatieven. De grondslag voor een veel gender-gevoeliger internationale (politieke) milieuagenda was gelegd, al dient daaraan nog steeds herinnerd  en gewerkt te worden.

Elke periode in de geschiedenis kent zijn problemen: maar de ecologische uitdagingen van de 21ste eeuw lijken groter en veelomvattender dan ooit tevoren: zorgwekkende klimaatveranderingen (waar tijdens mijn studie nog niet eens over spraken), en dientengevolge meer natuurrampen, schaarste aan water, energie en grondstoffen, teruglopende biodiversiteit, met gevaren voor de o.m. de voedselzekerheid. Juist de meest kwetsbaren worden het sterkst door dergelijke omstandigheden geraakt: mensen die in armoede leven, lokale vrouwen die voor hun levensonderhoud en dat van hun gezinnen direct van natuurlijke hulpbronnen afhankelijk zijn, kinderen, minderheden en mensen die ziek zijn of gehandicapt -  zij worden in al hun veiligheden beperkt (human security frame).

Vele studies en ervaringen laten het overduidelijk zien: als zich natuurrampen afspelen, zijn het vaak vrouwen die getroffen worden, of de lasten moeten dragen. (studie London School of Economics: Neumayer and Plümper, 2007) Toch zie je meestal dat getroffen vrouwen en hun gezinnen niet bij de pakken neer gaan zitten, maar zich organiseren, de schouders eronder steken, en al hun kennis, kunde en energie steken in het omgaan met dergelijke uitdagingen. Dat zie ik ondermeer terug in de duizenden vrouwenorganisaties die zich in de wereld inzetten voor een leefbaarder milieu. Zij geven de hoop niet op. Daarbij moet ik  vaak denken aan hetgeen Luther ons geleerd heeft: “Ook al weet ik dat morgen de wereld vergaat, dan nog zal ik vandaag mijn boompje planten.”…

Hoop spreekt ook uit het filmfragment dat ik u nu wil laten zien: zie DVD Sisters on the Planet. Oxfam GB. Het verhaal van Sahena uit Bangladesh; http://www.youtube.com/watch?v=WqYgDGy8Z4M

16

Even tussendoor: diversiteit – ook van mensen

Echter: niet alle vrouwen zijn hetzelfde – het (h)erkennen van diversiteit en soms zelfs tegenstrijdige belangen,  is essentieel: een van mijn vroegere studenten ging naar Noord India voor haar (doctoraal)onderzoek. Ze wilde de rol van vrouwen in de (duurzame) landbouw rond Gorakhpur (Uttar Pradesh) in kaart brengen. Ondanks dat we haar tevoren gewaarschuwd hadden, vertrok ze met een heel rooskleurig beeld: in India wisten ze wel wat duurzaamheid en zuinig omgaan met grondstoffen was, en vrouwen speelden daar allen een belangrijke rol in.  Na een maand of twee kreeg ik een ongerust bericht van haar: alles was anders en veel minder positief als ze gehoopt had, en ze stond op het punt om hals over kop terug te keren naar Nederland. Ik ben bij haar langsgegaan om een en ander beter te begrijpen en haar wat steun te geven. Wat was het geval: de idealistische studente ergerde zich enorm aan het feit dat ook in het aan tradities rijke en materieel arme India alle afval zo op straat werd gedumpt, en ze had vooral moeite met het feit dat er in haar onderzoeksdorp tussen de vrouwen onderling, veel hiërarchie en rivaliteit bleek te bestaan. Hoe was dat nu mogelijk? Wat haar overkwam, overkomt velen van ons: we denken graag zwart-wit (makkelijk?) en neigen mensen in bepaalde vaststaande, eenvormige groepen in te delen (vrouwen/mannen, arm/rijk, wit/zwart, gelovigen/niet-gelovigen), terwijl we geen oog hebben voor de enorme diversiteit binnen die groepen: intersectionaliteit. Het belang van sociale en culturele diversiteit neigen we voor het gemak wel eens te vergeten . In zijn boek ‘The Web of Life’ stelt Fritjof Capra (1996) dat er een parallel is tussen ecologische en culturele diversiteit, en dat een diverse gemeenschap flexibel is en zich makkelijker kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Hij onderstreept dat dat erkenning en respect van de diverse functies en perspectieven vereist, gebaseerd op communicatie. Isolatie in een gemeenschap, daarentegen, veroorzaakt vaak fragmentatie en conflict.


39 Ook in het werk van Plan International, waarin veel aandacht is voor de positie van jonge meisjes, hebben we gezien hoe veranderingen in het milieu, zoals droogten en overstromingen, grote invloed kunnen hebben op hun leven. Meisjes worden gedwongen hun school te verlaten en te gaan werken. “Girls also work as domestics with rich local families. Their families think it’s easier to stop their education – which is not the same case with boys. Families want to continue their education”, zegt Jhumu, een 18-jarig meisje uit Bangladesh. En ook de veiligheid van juist jonge meisjes staat op het spel. Volgens het African Network for the Prevention and Protection of Child Abuse and Neglect (ANPPCAN), uit Lalibela, Ethiopië “most of the rapes and abduction occur when girls have to walk for firewood or water.” Of zoals Engader, een 16-jarig meisje uit het Lasta District, zegt daarover: “It is difficult to get information and reporting is not very easy in Ethiopia. The girls and women are shy and afraid and not assertive of their rights. They ’re also afraid that the community would know about it. The cultural influence is high. Often rape and abuse cases are not reported.” (Plan International, 2011, p. 17)

Tijdens een onderzoek (UNDP, Oxfam) in Viet Nam naar de gevolgen van klimaatverandering voor migratie, bleek dat er vooral ook in de positie van vrouwen en meisjes veel veranderd was: òf ze bleven alleen achter met de zorg voor het gezin en de landbouw omdat de mannen naar de grote steden emigreerden, òf de jongere vrouwen vonden hun werk in verwerkende industrie of dienstverlening (bijv. als dienstmeisjes of zelfs in de prostitutie) in de steden, vaak onder slechte leefomstandigheden.

Al deze voorbeelden wijzen er weer op hoe belangrijk het is om een probleem van alle kanten aan te pakken: bij de oorzaak (klimaatverandering), de gevolgen (migratie), de neveneffecten (verslechterende leefomstandigheden op platteland en in de stad), en bij de culturele wortels (discriminatie van vrouwen en meisjes). Daarbij is het van essentieel belang juist aan te sluiten bij de behoeften van vrouwen (en niet alleen mannen) en meisjes (naast jongens) nieuwe kansen te bieden op veiligheid en ontwikkeling: niet alleen elders in de wereld maar ook hier, in Europa.  

Ecofeminisme


how-we-work.jpg

Nu we het hebben over de zorg voor de wereld en het milieu en over de rol en positie van vrouwen daarin, dient zich de term  ‘ecofeminisme’ aan. Ecofeminisme is een sociale en politieke stroming die ecologisch activisme en feminisme met elkaar verbindt. Ecofeministes veronderstellen vaak een verband tussen de onderdrukking van vrouwen en de achteruitgang van het milieu (de natuurlijke omgeving) en onderzoeken de raakvlakken tussen seksisme, de onderwerping van de natuur, racisme en andere kenmerken van sociale onderdrukking. Sommigen benadrukken dat het kapitalistische en patriarchale systeem is gebaseerd op de overheersing van vrouwen en natuur, en op onderdrukking van "zuidelijke volken" (die leven in de landen die tot de "Derde Wereld" werden gerekend).

De term ecofeminisme werd bedacht door de Franse feministe Francoise d‘Eaubonne, La feminisme ou la Mort, in 1974. Het vormt een filosofie en een beweging die ontstaan is uit een vereniging tussen het feministisch en ecologisch gedachtegoed en het idee dat de maatschappelijke mentaliteit die leidt tot de overheersing en onderdrukking van vrouwen in direct verband staat met de maatschappelijke mentaliteit die leidt tot het misbruiken van het milieu. Aanhangers van de stroming leggen vaak de nadruk op het belang van wederzijdse relaties en zorg tussen mensen onderling en tussen mensen en de aarde. Later schreven daarover Carolyn Merchant, Vandana Shiva & Maria Mies, Agnes Grond en vele anderen.  

Ecofeminisme en Franciscaans gedachtengoed


India december 2006 094
Het gaat er niet om - om vast te stellen of Franciscus (1182-1226) en Clara (1195-1253) in hun tijd ook ecofeministen waren. Wat we wel zien in beider leven is een diep respect voor al wat leeft, voor de kwetsbaren en armen in de samenleving, -hun beelden van de ervaren werkelijkheid vielen daarin samen.  Maar ze deelden ook een diep respect en liefde voor elkaar. Het was geen vrouwvriendelijke periode waarin Franciscus and Clara leefden. In de Middeleeuwen staken van tijd tot tijd vlagen van paranoia tegenover vrouwen op. En ze leefden in een tijd dat ook de abt van de Abdij van Marchtal, Konrad  (1226-1275), schreef: “Omdat onze gehele gemeenschap van kanunniken erkent dat de slechtheid van vrouwen groter is dan alle andere slechtheden van de wereld..en omdat het vergif van adders en draken beter te genezen en voor mannen minder gevaarlijk is dan de vertrouwelijke omgang met vrouwen, heeft zij (de orde der Cisterziënsers) unaniem besloten… dat we in geen geval meer zusters toelaten ter vergroting van ons verderf.” (Adrian House, p. 174-175)   En alhoewel Thomas van Celo in zijn  levensbeschrijving van Franciscus een zekere vrouwenhaat op hem projecteerde, was een dergelijke levenshouding Franciscus totaal vreemd. Integendeel: vrouwen maakten gedurende zijn hele leven ‘natuurlijk’ onderdeel daarvan uit, waren daar deelgenoten van. House schrijft hierover: “De relatie tussen Franciscus en Clara, die alles omvatte, was van essentieel belang voor de volheid van hun aard als man en vrouw.”
Kloosters - gemeenschappen zoals door Clara en haar zuster Agnes in Damiano en elders gesticht- , werden in die periode een veilig toevluchtoord voor tienduizenden vrouwen die zich uit de gevaren en ellende van een woelige, door mannen overheerste wereld terugtrokken; het waren toevluchtsoorden voor weduwen, wezen, alleenstaande vrouwen en ongehuwde moeders. De deur van San Damiano stond van meet af aan wagenwijd open voor vrouwen uit de krottenwijken van Assisi en de boerderijen en hutten op het omringende platteland, aldus Adrian House (p.172). Dat klooster van Clara en haar metgezellinnen stond onder directe bescherming van de broeders van Franciscus; en die broeders en zusters  onderhielden contacten en kwamen dikwijls bijeen, vol respect. En uit de kleine daktuin met zicht op de Umbrische heuvels, die Clara op San Damiano onderhield, sprak ook háar liefde voor planten en de natuur. Liefde voor mensen, mannen en vrouwen, voor de gemeenschap, en voor de natuur gingen bij Franciscus en Clara samen.(p.179)
Die combinatie van keuze voor de zwaksten en meest kwetsbaren, voor eigen armoede in een wereld van overvloed, van eerbied en respect voor de schepping, en van deelgenootschap tussen mannen en vrouwen, een dergelijke levenshouding past goed bij de ecofeministische (en ecologische) stromingen van déze tijd. Daarbij is het ook waardevol voor ons die leven in een ont-aarde wereld, voor onze poging daar tegenwicht aan te bieden en in ons streven bewust de juiste keuzes te maken. 


Conclusie: deelgenoten

Ik vertelde u over mijn levensweg: hoe het begrijpen der dingen – de namen van de planten, de kringlopen in de systemen – ook leidde tot een gegrepen worden door al wat leeft, mensen en de natuur.  Het gaat niet alleen om kennis en ratio, maar juist ook om geraakt worden, verbondenheid voelen – juist met het kwetsbare, het gebrokene, gekwetste. En daarin hebben Franciscus en Clara ons voorgeleefd.  Zij zagen eenheid van en bepleitten respect voor alle leven en deelgenootschap, en leefden daarnaar tot in diepste kern.

Er is een paradigmaverandering aan de gang in ons voelen en denken. Daarbij komt onze ‘caring capacity’ (zorgdragende capaciteit) weer tot bloei. ‘Caring capacity’ (draagkracht) die zich uit in de wijze waarop we wezenlijk om anderen (mannen en vrouwen) geven, om de aarde, en om onszelf; waardoor de ‘carrying capacity’ van dat al verstrekt wordt. Daarbij zijn het gevoel van verbondenheid met elkaar en met het ‘Web van Leven’, en onze notie van gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid van wezenlijk belang. Volgens de Verklaring van Valencia over ‘Human Duties and Responsibilities’(2000) roept dat op om:
>De consequenties van onze besluiten en ons handelen ten volle te beschouwen en integreren in onze dagelijkse leven; de notie van ‘genoeg-heid’ (enoughness) - zoals ook Mahatma Gandhi dat ook verkondigde - maakt daar wezenlijk onderdeel van uit.
>Te bewegen van individualisme naar steun voor de gemeenschap en een groter gevoel van verantwoordelijkheid ten aanzien van relaties te ontwikkelen.
>Kritische vragen te blijven stellen.
 Om de circel van dit verhaal weer rond te maken: verbondenheid, zorg en spiritualiteit nodigen ons uit om deelgenoot te zijn van onze wereld, van vrouwen en mannen, en van de natuur en ons milieu. Ik sluit graag af met een geparafraseerde uitspraak van Joan Puls O.S.F.:
 mureal women Namibia
‘Meer specifiek misschien, het is de mate van onze harmonie met alles wat in ons en buiten ons is. We worden spirituele [deelgenoten] als we in onze lichamen wonen, onze zielen kennen en ons met zachtheid voegen in alles wat ons omringt. We worden [deelgenoot] als we de geluiden van onze aarde waarnemen, de tekenen van de komende destructie herkennen, woorden van zegening en verzoening spreken. We worden [deelgenoot] wanneer we onszelf kennen als mogelijke zusters en broeders van alles en iedereen die nu leeft, geleefd heeft en zal leven. We worden [deelgenoot] als we in dit moment de boodschap voor vandaag en in vandaag de opdracht van morgen herkennen…” (Joan Puls, 1985. Every Bush is Burning. A spirituality of our time. World Council of Churches, Geneva; p.2)

Irene Dankelman

>> Interview met Irene in de bundel van Sjef Staps: Over de crisis niets dan goeds.

 

Irene Dankelman in Stoutenburg, tussen Marion Gieben en Cathrien de Pater.
Irene Dankelman tussen Marion Gieben en
Cathrien de Pater van de Stoutenburg Academie

Bronnen:

*Lorraine Anderson (ed.), 1991/2003. Sisters of the Earth: prose and poetry about Nature. Vintage.

*Rachel Carson, 1962. Silent Spring. Houghton Mifflin, New York

*ELC(I) , 1985. Women and the Environmental Crisis. Environment Liaison Centre, Nairobi.

*Irene Dankelman and Joan Davidson, 1988. Women and Environment in the Third World: alliance for the future. Earthscan, London.

*Irene Dankelman (ed), 2010. Gender and Climate Change: an Introduction. Earthscan, London.

*Adrian House, 2000/2002/2013. Franciscus van Assisi. Altamira, Haarlem

*Carolyn Merchant, 1980. The Death of Nature: Women, Ecology and the Scientific Revolution. Wildwood House, London

*Plan International, 2011. Weathering the Storm: adolescent girls and climate change. Plan International, Woking, UK

* Joan Puls, 1985. Every Bush is Burning. A spirituality of our time. World Council of Churches, Geneva

*UNEP, 2004. Women and the Environment. UNEP, Nairobi

Foto’s: Biju Negi; WEDO (Women’s Environment and Development Organisation) en Irene Dankelman


Natuurlijk was er ook kritiek op deze stroming: “Natuur is in het feminisme een omstreden begrip.” (Agnes Grond, 1998. Moeder Natuur en haar recalcitrante dochters. Een feministische stem in het milieudebat. Jan van Arkel, Amsterdam)

 >> de lezing is ook als pdf bestand te downloaden (1,5 Mb)               

Terug       Omhoog

Januari 2014