Home > Communiteit > Interview

Franciscaans Milieuproject Stoutenburg (2001)

Een organische manier van leven.

Guy Dilweg poseert in de moestuin. Dit jaar is het tien jaar geleden dat 14 nieuwe bewoners van Stoutenburgerlaan 5 hun intrek namen in 'het kasteel', zoals het grote gebouw in de volksmond genoemd wordt.
Guy Dilweg, een van de initiatiefnemers van het milieuproject zegt "We voelen ons niet zozeer geroepen om anderen te bekeren als wel om zelf een levenshouding te ontwikkelen waardoor je er niet over piekert om schade te berokkenen aan milieu en natuur. Dat je van binnen uit gemotiveerd wordt om bijvoorbeeld om te schakelen van intensieve naar biologische landbouw. Dat doen we door ruimte te maken voor meditatie en bezinning, door het contact te zoeken met de natuur als partner en als bron van wijsheid."

Het begin.

Ons project is eigenlijk gegroeid uit het religieus jongerenwerk. In het Koetshuis dat apart van 'het kasteel' staat hadden we verschillende activiteiten voor jongeren. We gebruikten werkvormen om op het spoor te komen van eigen spiritualiteit:
sacred dance, geleide meditatie, geleide fantasie, bibliodrama, opdoen van natuurervaringen. Er waren jongeren, bij wie dit werkelijk aansloeg. Ze konden er hun manier van geloven in kwijt. Toen we dan ook op een gegeven moment hoorden dat dit gebouw leeg zou komen omdat de Franciscanen zouden gaan vertrekken, begon het idee te groeien om hier een gemeenschap te vormen, waarin de opgedane ervaringen een plaats zouden kunnen krijgen. Langzamerhand ontstond er een groepje, dat interesse toonde en er wat voor voelde. We moesten echter nog een focus zien te vinden. Toen we daarover nadachten kwamen we vanzelf op natuur en milieu. 1k kom uit de Franciscaanse traditie en nog wat meer mensen van dat groepje. "Wat is er nou mooier om de Franciscaanse spiritualiteit van eerbied voor onze moeder zuster aarde op deze mooie plek vorm te geve?". Van het bestuur van de Franciscanen kregen we toestemming voor 5 jaar met een optie voor nog eens 5 jaar."

Religieuze woon-werkgemeenschap.

Franciscus, zoals gezien door de Amsterdamse kunstenares Unamore In 1991 is men begonnen met 9 volwassenen en 5 kinderen. Er waren mensen bij die ervaring hadden met gemeenschapsleven en anderen niet. Jongeren en ouderen, gezinnen en alleenstaanden, het moest allemaal gaan sporen met elkaar. "Op 1 januari 1991 zijn we hier ingetrokken en we zijn eerst begonnen met schoon te maken en te schilderen, want er was niet veel onderhoud meer gedaan de laatste jaren. Nou en toen kwamen we gelijk voor een aantal concrete keuzes te staan: wat voor verf ga je gebruiken, welke schoonmaakmiddelen: Ga je opmaken wat je nog aan levensmiddelen vindt bijvoorbeeld pakjes soep, of ga je meteen biologisch eten. Natuurlijk hebben we eerst de soep opgemaakt, maar daarna zijn we overgegaan tot de aanschaf van biologische producten. Dat was wel duurder en het is nog steeds duurder; maar als je in gemeenschap leeft kan dat. Een vrouw in de bijstand zei: nu kan ik leven, zoals ik altijd al had willen leven, maar ik had de middelen er niet voor .Dat zijn enige sterke dingen van een gemeenschap, dat je dingen kunt doen die je in je eentje niet kan.

Nu bestaat de groep uit acht volwasseneri en vier kinderen. De oudste wordt 80 dit jaar en de jongste is twee. Van die acht zijn er vier vanaf het begin. Een vijfde man heeft
zich vijf jaar geleden aangesloten en de andere drie leden zijn van dit jaar. Er zijn ook mensen die zich min of meer tijdelijk aansluiten: vluchtelingen, mensen voor een sociaal jaar en vrijwilligers die voor kortere of langere tijd meewerken.

De tuin: een krachtcentrale.

"De broeders hadden een hele mooie moestuin hier. Een van onze uitdagingen was om het project in de richting van spiritualiteit en milieu te gaan uitbouwen. De moestuin, naast het bos, was de meest aangewezen plek. We hadden eerst mensen die er verstand van hadden, maar toen kwamen er mensen bij die een heel andere aanpak kozen. Zij hadden wel wat geleerd van de voorgangers, maar hun uitgangspunt was: hoe kun je het beste met de natuur omgaan. Ze hadden het nadeel van de onkunde, maar het voordeel van hun onbevangenheid. Het werd een natuurliefhebbers tuin, geen tuinderstuin. Spruitjes pronken in de wintertuin. Bloemen, groenten en kruiden begonnen een plaats te krijgen. Als natuurliefhebber kun je je uitdrukken in de tuin. Maar andersom begint de tuin een leermeester van je te warden. Als je een tuin hebt weet je dat je door de knieën moet. Je moet nederig warden. En in plaats dat je de tuin oplegt, of afdwingt wat je nodig hebt, ga je kijken of die wilt leveren waar je behoefte aan hebt. Dat betekent dat je contact moet maken met de grond.Ik zeg altijd: De tuin is een van de drie krachtcentra van ons project, naast de meditatieruimte en de huiskamer.
De meditatieruimte is een centrum voor stilte en gebed, de huiskamer is het centrum voor sociale contacten en in de tuin kun je je verbondenheid met de natuur oefenen. Vanuit die tuin hebben we eigenlijk een organische manier van leven ontwikkeld. We hebben heel veel respect voor ieders eigenheid, zoals je voor planten ook moet hebben, maar ook respect voor tijd. Alles heeft zijn eigen tijd. Dat geldt voor planten, maar ook voor beslissingen die je samen neemt. Je moet die de tijd geven om te laten rijpen, zonder te forceren.
Zo is het langzamerhand bij ons duidelijk geworden, dat als je met natuur en milieu bezig gaat, dat dat terugslaat op je eigen leven. Wat je in de tuin ziet gebeuren, dat kom je ook tegen in ons groepsleven. En zo ontdekten we dat we in de loop van de jaren zijn toegegroeid naar een organische manier van samenleven."

Grondhouding

Ieder die gelovig is, natuurbetrokken en in gemeenschap kan leven kan zich in principe aansluiten.
"Franciscus is de man die ons als het ware dwingt om niet in de breedte te zoeken, maar de diepte in te gaan. En dat moet je samen willen. Je hoeft geen franciscaan te warden, maar je moet er wel affiniteit mee hebben, anders voel je je hier niet thuis. Ieder die hier komt, gaat op een gegeven moment in de tuin helpen. En dat heeft een genezende kracht. Als je aan het wieden bent, ben je ook in jezelf bezig te wieden. Alles wat je doet, doe je met aandacht. Alles is eredienst; wat je ook doet: of je nu de w.c. schoonmaakt of de klok luidt, eten kookt of brood bakt het heeft alles te maken met die aandacht, dat je de wereld er mooier door maakt; dat het een gebaar van dankbaarheid is. Heel sterk de franciscaanse spiritualiteit: de dankbaarheid voor je bestaan. Je kunt je niets toe-eigenen, zoiets van: dat hebben wij voor elkaar gekregen maar wel, dank je wel zeggen omdat je het gekregen hebt. Waar we naar streven is, dat heel ons leven een dankgebed wordt.

Vrijwilligers staan aangetreden voor een van de tuinweken. Natuurlijk crossen je humeur en ruzietjes en meningsverschillen daar door heen en dat is ook goed. Je kunt wel bouwen aan een grondhouding van innerlijke tevredenheid. En ook: grote bereidheid om tegenslag te verduren. Wij hebben grote tegenslagen gekend. Dat we maandenlang niet wisten of we überhaupt wel verder konden. Een soort uithouden, zoals de natuur dat ook heeft. Een plant moet je soms helemaal terugsnoeien ,voordat er weer leven inzit. Er weet van hebben: als het goed is dan komt het wel. Met die club die gebleven is, hebben we sterk gebouwd aan die houding."

Vrijwilligers.

"We hebben inderdaad in het begin voor de vraag gestaan: maken we het project zo dat we het samen kunnen behappen, of maken we het zo dat we altijd mensen nodig hebben, ook a]. zou onze communiteit vol zijn met tien mensen. We hebben gekozen om afhankelijk te zijn van de hulp van anderen. Het voorkomt dat je je afsluit; het voorkomt een zekere zelfgenoegzaamheid. Een voortdurend open zijn voor wat er gebeurt en wat er kan gebeuren. De mensen komen hier iets halen: verbondenheid, meedoen met meditatietijden, heerlijk vegetarisch eten. Van hun kant bieden zij ons deskundigheid, werkkracht en inventiviteit.

Veranderen door ervaring.

De brandende kaars, symbool van onze levensstijl. "Het bestuur moedigt ons aan om onszelf meer te profileren. Zoiets van: Zet je lamp niet onder de korenmaat. Het is een goede prikkel, en we zoeken manieren om dit vorm te geven. We zijn ervan overtuigd dat mensen veranderen door ervaring, niet door kennis. Een van de vragen die leeft is: hoe vertaal je de ervaring van Stoutenburg nu in het dagelijks leven. Hoe geef je die verbondenheid thuis vorm. Een ding is zeker: je zult er offers voor moeten brengen; wat opgeven, zoals de mensen die hier komen wonen hun huis, hun auto verkopen. Je moet inleveren, maar je krijgt er veel voor terug."

Meer informatie over ons project kunt u vinden in een brochure van de Stichting Franciscaans Milieuproject Stoutenburg: Gemeenschap, Spiritualiteit en Natuur.

Interview door Dinie van 't Erve in het oktobernummer van Vier in Een, 2001

Terug       Top