Home > Communiteit > Interview AC1

Interview met Amersfoortse Courant

Verhalen van Dichtbij
Tekst: Daniëla Koele

Steeds weer terug naar de bron

Agaath schikt "het haar"van Guy Dilweg voor de fotograaf. Guy Dilweg (58), 40 jaar franciscaanse broeder binnen de katholieke kerk. Mede-initiatiefnemer van het Franciscaans Milieuproject in Stoutenburg. Hij typeert zichzelf als argeloos als een duif en slim als een slang. Een omschrijving ontleend aan het Evangelie van Matteus.
Zijn optreden als misdienaar tijdens een Paasviering ziet hij als zijn eerste religieuze ervaring. Goud, zilver, kaarsen, fonkeling, geur van wierook. Al zijn zintuigen werden geprikkeld en de schoonheid ervan raakte hem in zijn jongensziel.
Hij wilde al vroeg bezig zijn met de centrale waarden van het leven. Gemeenschapsleven, spiritualiteit en verbondenheid met de natuur helpen hem daarbij.

Mee-ademen met de seizoenen

Guy Dilweg woont sinds één januari 1991 in het kasteel op landgoed Stoutenburg. Samen met zeven volwassenen en drie kinderen, in de leeftijd van twaalf tot ruim tachtig jaar, leeft hij in een religieuze gemeenschap die mee ademt met de seizoenen en meeleeft op het ritme van de dag. De bewoners eten vegetarisch, kweken zelf groente en fruit in de moestuin, beheren het elf hectare grootte bos op ecologische wijze en mediteren drie keer per dag. Om geld te verdienen wordt het Koetshuis en een gedeelte van het kasteel verhuurd als conferentieoord. Alle inkomsten gaan in één grote pot.
Vrijwilligers, vluchtelingen en gasten leven met de bewoners mee en kunnen zo op adem komen en inspiratie opdoen.
Dilweg studeerde theologie en politicologie. Zes jaar lang was hij algemeen secretaris van de vredesbeweging Pax Christi. Hij viert dit jaar zijn veertig jarig jubileum 'Franciscaans leven'.

Dan komt er van binneuit een lach

,,Ik ben een naïef mens. Ik ben ooit beroofd in Thailand. Dat drong niet eens tot me door. We gingen met een aantal mensen varen. Mijn berovers vonden dat ik geld moest geven en ik dacht: 'daar zit wel wat in'. Ik heb gezellig met ze thee gedronken, foto's van ze genomen. Later bleek dat àl mijn geld weg was. Ik vond het lullig, voelde me echt genomen. Ik heb wel even overwogen om naar de politie te gaan. Maar ik was op doorreis en dat was allemaal zo'n gedoe. Op zo'n moment gebeurt er iets in me waardoor alles zich omdraait en ik van zo'n voorval ineens de voordelen zie. Een soort ommekeer van binnen.
Ik heb weleens zo'n dag dat het helemaal tegenzit. Stap ik met mijn verkeerde been uit bed, struikel over mijn slippers, schenk thee over mijn handen. En maar mopperen van binnen... Maar als het maar lang genoeg tegenzit, krult er als vanzelf opeens een lach van geluk in me. Zo'n lach van: zo kan het dus weleens hélemaal tegenzitten. Een lach van onderuit mijn lichaam. Niet omdat ik dat wil, niet omdat ik dat geleerd heb, niet omdat ik monnik ben... het is een gulle lach vanuit het leven zelf.
Ik aanvaard het leven zoals het is. Daarom ben ik ook niet zo goed in bidden. Ik weet niet waar ik om zou moeten bidden. Bidden om iets te vragen is mij vreemd. Als ik zou bidden, is het alleen maar 'dank je wel, dank je wel, dank je wel'. Dood en ziekte horen bij het leven. Mijn zus is jong overleden, mijn broer ook. Hij is ernstig ziek geweest. Ik aanvaard dat. Maar... hoe zal ik reageren als ik zelf kanker krijg? Dat is natuurlijk de proef op de som.
Tien jaar geleden kreeg ik het tijdens het slapen ontzettend benauwd. Ik dacht echt dat ik dood ging. Er ging door mijn hoofd: 'nou moet ik gaan bidden dat ik mag blijven leven'. Maar ik kon het niet. Als het mijn tijd is, is het mijn tijd. Later heb ik daar vaak over nagedacht: waarom kon ik op zo'n cruciaal moment niet bidden? Het heeft toch te maken met mijn overtuiging dat het goed is zoals het is.

Iedereen heeft een reden om te doen zoals hij doet

Ik ga ongeveer één keer per maand naar de kerk. Om het bij te houden. Zoals je je familie bijhoudt. Voor het gevoel: daar kom ik vandaan. Ik vind de kerk weinig inspirerend voor mij. Maar ik wil verbonden blijven met het mystieke lichaam. En de rituelen van brood en wijn. Tijdens een preek bedenk ik: hoe zou ìk dat gezegd hebben? Ik maak in mijn hoofd mijn eigen viering. Ik heb er wel eens over nagedacht wat ik zou doen als ze mij vragen een viering te leiden. Ik zou het doen. Ik wil preken op zó'n manier dat mensen stil en ontroerd raken. Wat nu in de kerk gebeurt, raakt mij niet.
Ik wil een vreedzaam mens zijn, maar van binnen kan het vrij heftig tekeergaan. Als ik op de fiets door een automobilist wordt gesneden, fantaseer ik wel eens hoe ik die bestuurder bij zijn kraag grijp om hem precies te zegen wat ik denk. Zo'n vreedzaam mens als ik, met zo'n impuls van agressie. Daar schrik ik van. Het verbaast me. Maar ook bij mij triggert zo iemand mijn ego en het voor mezelf op willen komen. Ik kan het niet goed uitstaan dat ik die fantasieën heb, ik zou willen dat het anders was.
Ooit zei een rabbi: oordeel niet zolang je niet in iemands schoenen hebt gestaan. Dat heb ik goed in mijn oren geknoopt. Iedereen heeft een reden om te doen zoals hij doet. Ik erger me snel als iets niet is gedaan in het huishouden terwijl het wel was afgesproken. Meestal wil ik er direct wat van zeggen.
Maar naderhand blijkt dat mensen het toch hebben geregeld. Alleen anders dan ik had verwacht. Ik heb zo vaak ongelijk gehad. Gelukkig ontdek ik het ook wel eens vóórdat ik er wat van zeg. Dat zijn voor mij oefeningen. Franciscus zegt: Leef zó dat de mensen als ze jou zien, van God gaan houden.

Het interview werd gehouden in 2002

Terug       Top