Home > communiteit > Guy 50 jaar ofm

Guy Dilweg, vijftig jaar franciscaan

Ik heb van Franciscus geleerd dat het er om gaat
dat je in je leven de liefde van God laat zien

Guy Dilweg in gesprek met een boeteling in Assisi, 2012.
Guy Dilweg raakt tijdens zijn bezoek aan Assisi in 2012 in gesprek met een hedendaagse boeteling.

Na een vier-daags bezoek aan een aantal franciscaanse plekken in en om Assisi heeft Cocky op een terrasje vlak bij de basiliek een gesprekje met Guy over zijn leven met Franciscus in de afgelopen 50 jaar.

Opwelling

Als jongetje wilde ik priester worden en op mijn elfde kwam ik in Amsterdam in een franciscaanse parochie te wonen. Daar maakte ik kennis met drie prima kerels, die de opleiding deden om piloot te worden in de missie van Irian Jaja. Ze kwamen thuis over de vloer en maakten me met hun humor en gezelligheid warm voor Franciscus.
In de zesde klas vroeg de broeder die voor de klas stond wat we na de Lagere School zouden gaan doen. Twee vriendjes van mijn klas vertelden toen dat ze naar Venray zouden gaan, naar een internaat om franciscaan te worden. In een opwelling zei ik dat ik dat ook wilde. Toen ik dat thuis mijn moeder vertelde, schrok ze aanvankelijk. Maar ze ondersteunde mijn keuze van harte en de parochie betaalde mee aan de studie.

Niet van deze tijd

In Venray kreeg ik een goede opleiding, studeerde graag en gemakkelijk en genoot ervan. Mijn vriendjes haakten af, maar ik bleef en wilde nog steeds priester worden. De leider van het internaat vroeg me in de zesde klas of ik ervoor zou voelen om franciscaan te worden. Ik aarzelde. Aan de overkant van de straat was een studiehuis van de Franciscanen gevestigd en ik vond ze eigenlijk wel een beetje raar met hun geschoren hoofden en khaki sportpakken. Niet van deze tijd. De man snapte dat wel maar vroeg me gelijk om door die uiterlijkheden heen te kijken. Ik ben toen in de Goede Week kennis gaan maken met de franciscanen in Alverna, weer een ander studiehuis. De plechtigheden in die week waren nogal hoog-liturgisch en dat kende ik van de Trappisten in Diepenveen, waar mijn oom abt was. Ik kan erg ontroerd raken van de schoonheid van de gezangen en het samen bidden en zingen.
Tijdens die dagen had ik een soort sollicitatiegesprek waarin ik ook vertelde over mijn aarzelingen en over mijn verlangens naar een meer hedendaagse vorm van religieus leven. De open manier waarop hij reageerde maakte mij enthousiast en ik sprong. Als het mij later soms te strak en te heilig werd, nam ik even afstand en altijd raakte het mij weer als ik dan mijn broeders samen hoorde bidden en zingen.

Uitgelaten en ingetogen

Ik hield van vreugdevolle uitgelatenheid en van de serene ingetogenheid en vond die allebei bij de franciscanen. We kregen eigenlijk niet veel geestelijke vorming, maar het leven werd volop geleefd met veel ruimte voor eigen initiatieven. Ik heb die jaren veel toneelgespeeld, geregisseerd, geknutseld (elektra!) en als fietsenmaker fietsen uitgeprobeerd met lange zwerftochten in de omgeving.
Heel raar vond ik dat er - zeker in het noviciaat - een groot onderscheid was tussen priesters en broeders en ik vond dat de broeders als tweederangs franciscanen werden behandeld. Je werd geacht er geen contact mee te hebben. Dat kon er bij mij niet in en ik heb me daar ook niet veel van aangetrokken. Dit onderscheid is in de orde ook later helemaal weggeleefd. Het ging in tegen de geest van Franciscus.

Broeder

Voor de geest van Franciscus was aanvankelijk ook niet veel aandacht in de opleiding. Maar dat ging veranderen. Het was 1968; de tijd van het Tweede Vaticaans concilie van Joannes de XXIII. Dat concilie riep de religieuzen op tot vernieuwing. Kernwoorden waren: resourcement (terug naar de bronnen) en aggiornamento (bij de tijd brengen). Dit was precies wat wij als studenten nodig hadden en we doken er in.
Onze leermeester werd Sigismund Verhey, een jonge docent die de teksten van Franciscus fris kon laten stromen. Het werd de herontdekking van de broederschap als franciscaans ideaal. Toen wist ik het zeker: ik wil broeder blijven en geen priester worden.

Geen model

Guy Dilweg geinterviewd door Cocky van Leeuwen in Assisi 2012.
Cocky interviewt Guy op een terrasje in Assisi.

Deze keuze voor een nieuw soort franciscaanse broeder heeft mijn verdere leven bepaald. Er bestonden eigenlijk geen modellen voor en wij waren vrij om nieuwe vormen uit te proberen.
Dat is aan mij wel besteed geweest. Na mijn studie theologie werd me aangeraden verder te studeren. Dank zij de Pax Christi voettochten was mijn interesse gewekt voor de politiek en met name ontwikkelingsvraagstukken. Het werd daarom politicologie aan de VU in Amsterdam. Samen met Piet Bots die ook broeder bleef en economie ging studeren.

En toen was er weer zo’n toeval dat bepalend werd voor mijn verdere leven: er was voor ons geen plaats in de bestaande franciscaanse huizen in de hoofdstad. Via een zwerftocht langs onderwijsbroeders en jezuïeten kwamen Piet en ik uiteindelijk terecht in een achterbuurt in Oost. Daar hebben we op eigen kosten (we wilden geen subsidie van de orde) onze eigen vormgeving van franciscaans leven gevonden: arm, open deur, alles delen, nieuwe vormen van meditatie en af en toe een feestje waar dan we honderd gulden voor spaarden. Deze manier van leven trok weer mensen aan; zoekende religieuzen en anderen, mannen en vrouwen. We moesten naar grotere woonruimte uitkijken en zo ontstonden de eerste gemengde religieuze groepen, waar ik lid van was.

Vrouwen

Ik heb bijna mijn hele franciscaanse leven met vrouwen in huis gewoond. Ik heb nooit overwogen om de broederschap te verlaten. De orde was m’n nieuwe familie én mijn eerste liefde. Daar ben ik zonder moeite en vanzelfsprekend trouw aan. Het samenleven met vrouwen was daar niet mee in tegenspraak. Zij leerden mij wijsheid in de omgang met het andere geslacht (ik was nogal onnozel wat dat betreft) en haalden me van mijn klerikale voetstuk af; ik moest niet denken dat ik het beter wist omdat ik man was, of omdat ik broeder was. Ze hebben me met mijn voeten op de grond gezet.

Tweede noviciaat

Ik werkte na mijn studie bij de vredesbeweging Pax Christi en genoot van de hectiek en de dynamiek, maar ik raakte er ook uitgeput van en miste de verbondenheid met een mij voedende spiritualiteit. Ik ging voor een sabbat naar Duitsland en bezocht het Centrum van Dürckheim in Todtmoos-Rütte. Daar ontdekte ik heel andere kwaliteiten van leven, via Jung, meditatie en ‘initiatische therapie’ met tekenen, kleien en lichaamswerk. Het werd mijn tweede noviciaat.

Vlak hierna werd ik gevraagd een eenvoudig boekje over Franciscus te schrijven. Ik las veel over hem en probeerde bij zijn beleving en ervaring te komen. In de tuin van Verbum Dei (leefgroep in Leiden) schreef ik iedere ochtend een hoofdstuk. Zo werd ik steeds meer vertrouwd met zijn leven.

Jongerenwerk

Toen ik gevraagd werd om en franciscaans jongerenwerk op te zetten, heb ik dat  aangegrepen om wat ik in Rütte geleerd had uit te proberen. Met medebroeder Louis Poot ontwikkelden we allerlei meditatieve en creatieve programma’s om heel dicht bij je eigen spiritualiteit te komen. Het was prachtig werk. Dat werk werd ook de basis voor de start van het Franciscaans Milieuproject, waarin allerlei ervaringen en krachtlijnen uit mijn leven samenkomen.

Wat wilt U dat ik doe?

Graf van Franciscus in de basiliek.
Het graf van Franciscus in de tombe van de basiliek.

Terwijl ik van harte de dingen gedaan heb die op mijn pad kwamen, heb ik er vaak naar verlangd mijn leven uit handen te geven. Ik heb gebeden: “Heer zeg het maar, wat ik moet doen, raak me, doorsteek mij, doe maar met me wat nodig is”. Op dat soort momenten was ik werkelijk bereid alles op te geven. Maar altijd was het antwoord: “Doe wat je doet en bouw geduldig voort op waar je mee bezig bent”.
Vaak vond ik dit een teleurstellend antwoord, want ik was bereid tot een groots en heroïsch gebaar. Maar ik doe het ermee en versta het ook wel. Ik ben nieuwe combinaties aan het uitproberen en voel me vaak als een verspieder van het beloofde land, bekend met het oude en nieuwsgierig naar het nieuwe.

Hier, bij het graf van Franciscus, ben ik neer gaan knielen tussen de jonge medebroeders die daar zaten te bidden en ik heb intens voor hen gebeden, dat het charisma van Franciscus hen zal aansteken en dat ze hun leven mogen leven in onvoorwaardelijke liefde. Want dat is onze missie als franciscanen: voorleven dat God liefde is.

Stoutenburg

Medebroeder Louis zei me laatst toen hij bij me langskwam en weer een keer had rondgekeken: ‘dit project is werkelijk wat jij in dit leven te doen had’. Dat ervaar ik ook. De verbinding tussen spiritualiteit en natuur en milieu onderzoeken en beleven; de natuur als uitdrukking van en als toegang tot het Mysterie.
Dat is voor een deel gelukt. Op dit moment zoek ik nog naar een diepere laag daarin. Als ik de broeders hier in Assisi in vervoering zie bidden voor het Heilig Sacrament, dan raakt me dat. Ik kan dat zo niet. Het leven vanuit het Mysterie (het bovennatuurlijke; de goddelijkheid van ons bestaan) en dat herkennen en beleven in de natuur heeft voor mij nog niet voldoende vorm gekregen. Ik zie dat wel bij Franciscus en zijn broeders in hun totale overgave aan het Mysterie zoals dat tot uitdrukking komt in de Eucharistie, gebed, rituelen. Daar zit een ervaring en een inzicht achter die ik graag zou willen vertalen naar ons leven in Stoutenburg.

Stomverbaasd

Ik ervaar mijn leven als een zinvol geheel van impulsen van derden, toevalligheden, en eigen keuzes. Ik sta vaak stomverbaasd hoe alles achteraf in elkaar lijkt te passen.

Nu, na vijftig jaar kloosterleven sta ik opnieuw open voor een wending in mijn leven. Ik ben bijna 70 jaar, dus ik vermoed dat het meer de contemplatieve kant op zal gaan.

Assisi, 2012, Cocky van Leeuwen

>> Interview in 2012 over 50 jaar franciscaan zijn
>> Guy over de krachtbronnen van het communiteitsleven.
>> Interview bij zijn veertig jaar franciscaan zijn.
>> Een verhaal uit zijn bundel 'Over Liefde'

Terug       Top

Juli 2012