Home > Teksten >Franciscus en de moestuin

Franciscus en de moestuin van br Rufus

In de groente kon je de liefde proeven

KapucijnerbloeiRufus was pas toegetreden tot de broederschap. Hij was knecht geweest van een landeigenaar waarvan hij de moestuin verzorgde. Hij voelde zich prima op zijn plaats bij de broeders, alleen, dat bedelen…
Op zich had hij er niets optegen. Hij vond het wel mooi om je zo afhankelijk te maken van de goedheid van anderen. Maar als je zag waar de broeders mee thuis kwamen… Zijn oude baas zou het net goed genoeg vinden om het aan de varkens te voeren. En dan liet Rufus zijn blik weer eens gaan over de akker vlakbij het kloostertje. Een vruchtbare akker, maar verwaarloosd. Wat zou daar heerlijke groente kunnen groeien. Het was hem niet om het beter te weten dan de broeders, maar om wat beter te eten
Hij fantaseerde er ‘s nachts over en soms ook overdag: zou het nou zoveel uitmaken of je je eten kreeg van mensen die het goed bedoelden of van de aarde, die toch ook een schepsel was van God?

Toen Franciscus een paar dagen bij hen verbleef legde Rufus hem omzichtig zijn plan voor om zelf groente te gaan verbouwen op de braakliggende akker. Franciscus luisterde aandachtig. Maar meer dan naar de woorden leek hij te luisteren naar de ziel van de broeder. En wat hij daar aantrof beviel hem zo goed dat hij hem toestemming gaf om een moestuin te beginnen.
´Rufus,´ zei hij, ´als ik jou hoor praten, zie ik de hemel in je ogen en de zang van de aarde in je stem. Ik zie in jou het water stromen dat in alle nederigheid vruchtbaarheid geeft aan de gewassen. Ik zie in jou de liefde voor de Schepper. Daarom vind ik het goed dat je op dat stuk land gaat tuinieren. Het zal een goede aanvulling zijn op wat de broeders te eten krijgen. En ik dank je voor je bereidheid om die taak op je te nemen.´
´Maar ik wil wel graag dat je daarbij op een daar dingen let.
Pas ervoor op de aarde te schaden door er meer van te vragen dan ze uit zichzelf op kan leveren. Zoals de mensen vrijwillig hun eten met ons delen, zo zal dat ook met onze moeder zuster aarde het geval moeten zijn.
kapucijnBovendien wil ik dat je niet alleen nuttige gewassen verbouwt, maar dat je ook volop bloemen de kans geeft om te bloeien en ik moedig je aan om ze tussen de gewassen te zaaien. Dan zullen de broeder en de mensen die naar de tuin komen kijken gemakkelijker zien dat die groente een geschenk is van hemel en aarde, precies zoals de bloemen dat zijn. Dan zal jouw tuin een plek worden waar we niet alleen van kunnen eten, maar waar we ons ook genietend kunnen verbinden met de Allerhoogste die ons al dit goede schenkt.
En ten derde wil ik je ervoor waarschuwen niet zo op te gaan in dat werk, dat je gedachten tijdens het bidden steeds naar de tuin afdwalen. Als je merkt dat de tuin beslag op je gaat leggen en dat zulks ten koste gaat van de broederschap en je gebedsleven, dan vraag ik je dat werk neer te leggen en je weer in te zetten voor datgene waarvoor je je bij de broeders hebt aangesloten. Beloof je dat?’

Zielsgelukkig beloofde Rufus alles nauwgezet te doen zoals Franciscus hem dat gevraagd had en terwijl de tranen over zijn wangen stroomden, kuste hij de voeten van Franciscus.
En vele jaren voorzag hij de broeders en de mensen in de buurt van bloemen, kruiden en groente. En de mensen zeiden tegen elkaar dat je kon proeven met hoeveel liefde de gewassen geteeld waren. Als Rufus ervan hoorde, zei hij altijd, dat het niet zijn liefde was die de mensen proefden, maar dat ze de goedheid smaakten van Heer, waarvan alle zegening komt, in de hemel én op de aarde.

Guy Dilweg ofm

>> Meer teksten

Terug       Top

juni 2013