Home > communiteit > Cocky > Huisgenoten

Cocky van Leeuwen over huisgenoot zijn

Cocky van Leeuwen.
Cocky van Leeuwen (1949) woont vanaf het begin in het Franciscaans Milieuproject

"Elkaar de ruimte geven om anders te zijn en elkaar daarin liefhebben"

Een interview door Lydia Jansen in het Franciscaans Maanblad (FM), maart 2006

In de realiteit kunnen leven. Hoge verwachtingen los kunnen laten. Je voor een gemeenschappelijk doel willen inzetten. Je eigen wensen kunnen relativeren. Aan dat soort eigenschappen en vaardigheden denkt Cocky van Leeuwen (56) als het gaat om huisgenoot-zijn. Ze woont al 25 jaar in leefgroepen. Eerst tien jaar in Verbum Dei in Leiden en nu al weer 15 jaar in het Franciscaans Milieuproject in Stoutenburg. FM zocht haar op om het jaarthema van de Franciscaanse Beweging 'Leven als huisgenoten' concreet te verkennen. Wat typeert een huisgenoot? En hoe doe je dat, leven als huisgenoten?

Geen vrienden

Al vanaf haar 16e droomde ze van een leefgroep. Thuis met vier zussen in een warm en zorgzaam gezin, vond ze het toch een beetje saai. Ze trok naar de boerderijen in de omgeving met grote gezinnen. Met een aantal vrienden probeerde ze een woongemeenschap op te richten. Maar dat lukte niet. Ze leerde toen haar eerste les als het om woongroepen gaat: het is handig om geen vrienden van elkaar te zijn. Dan zijn de verwachtingen vaak te hoog gespannen. De vrienden gingen ieder hun eigen weg en Cocky kwam door een oom op het spoor van de franciscaanse leefgroep Verbum Dei in Leiden. Ze kwam er binnen toen ze 24 was en ze bleef er ruim tien jaar. 'Toen ik binnen kwam bestond de groep een paar jaar. Ieder had zijn eigen werk overdag, 's avonds aten we samen en langzamerhand kwamen er allerlei activiteiten in huis op het gebied van vrede, milieu en nieuwe levensstijl. Het werd een huis waar steeds meer samen gebeurde, vanuit een grote verbondenheid en zeker ook vanuit de franciscaanse spiritualiteit. Het was een boeiende mix van huisgenoten, vier franciscanen en vier 'leken'. Die leken hadden soms moeite met het religieuze. We leefden ons liever uit in het vredeswerk, een eenvoudige manier van leven en in actie voeren voor een beter milieu. De franciscanen leerden ons mediteren, vieringen houden en opnieuw kijken naar bijbelverhalen. Zij leerden van ons om weer soberder te gaan leven en om actie te voeren. We vulden elkaar aan en zo ontstond een prachtige nieuwe franciscaanse levensstijl'.

Kwetsbaar

Cocky: Wat is goed voor de ander? Wat is goed voor mij?

'Ik was nog jong en heel kwetsbaar toen ik binnen kwam. Ik weet nog dat ik het erg dapper vond van mezelf dat ik dit zomaar deed, meedoen aan een leefgroep, maar ik was zo verlegen! Ik voelde dat ik wel wat te zeggen had, maar in groepsgesprekken praatte ik moeilijk'. 'Ik heb in Verbum Dei zo verschrikkelijk veel geleerd: huilen, ruzie maken, praten, lachen, elkaar dragen en elkaar verdragen. Hele dagboeken heb ik vol geschreven! Er was zo'n veilige sfeer, zo'n stevige basis, dat ik voelde: dit is mijn plek. Ook al is het soms heel moeilijk, hier kan ik de dingen leren waar het echt om gaat! Wat ik vooral moeilijk vond om te leren was me kwetsbaar opstellen, me echt verbinden met een ander, me afhankelijk durven opstellen, maar ook me niet teveel laten beïnvloeden door wat anderen willen en in mijn eigen kracht blijven staan. En vergeving dat blijf ik moeilijk vinden, een ander vergeven als hij me gekwetst heeft'.

Afkicken van het sociale

Na tien jaar verliet Cocky Verbum Dei. 'Er vertrokken vier andere leden en ik merkte: dat opnieuw beginnen en vooral het afscheid nemen dat kan ik niet meer aan. Ik moet ook weg'. Ze woonde eerst een jaar bij een kennis en daarna zeven jaar alleen in een hofje in Leiden. 'Ik moest in het begin wel afkicken van het sociale, er was in de leefgroep altijd wel iemand of iets om samen mee te doen. Al met al had ik veel moeite om alleen te gaan wonen maar toen dat eenmaal gewend raakte, vond ik het lekker. Ik had een halftime baan als wijkverpleegkundige en dus veel vrije tijd en ik was blij verrast dat ik mezelf zo goed kon vermaken. Ik was veel in de natuur, ik ging schilderen, er kwam veel creativiteit in me los. Kennelijk kwam daar, nu er niet meer zo veel energie in de leefgroep ging zitten, ruimte voor vrij'.

Haar baan en het alleen wonen bevielen haar goed, maar toen ze van de plannen hoorde over het Franciscaans Milieuproject in Stoutenburg bood ze meteen aan mee te gaan denken.Wat haar onmiddellijk aansprak was dat Stoutenburg een woon- en werkgemeenschap zou worden waar de leden samen een project zouden gaan dragen. Dat voegde iets nieuws toe aan de ervaringen die ze had opgedaan in Verbum Dei waar iedereen zijn eigen werk buiten de deur had. Bovendien vond ze het boeiend om een nieuwe groep te starten. Ook vond ze de plek waar het project vorm zou krijgen en de aandacht voor het milieu en een sobere levensstijl aantrekkelijk. Bovendien sprak de combinatie van het spirituele en het praktische werk op Stoutenburg haar aan en ze had vertrouwen in de groep die het project zou gaan uitvoeren. Toen ook nog haar collega in de wijkverpleging, met wie ze een duo- baan had, vertrok was dat het laatste duwtje dat ze nodig had richting Stoutenburg.

Voeten op de grond

De eerste jaren in Stoutenburg waren heel zwaar. 'Achteraf gezien was het haast onvermijdelijk dat er in de vele voorbereidingsweekends hoge verwachtingen ontstonden van hoe het project zou moeten worden. Als je dan bij elkaar gaat wonen, kom je weer met je voeten op de grond. In feite is het dan vooral de kunst om al die verwachtingen weer weg te laten vloeien en het te doen met de realiteit die op je af komt. Maar dat kan ontzettend moeilijk zijn. Als die beelden blijven leven, ga je praten vanuit het 'moeten': Hoe moet deze ideale groep er uit zien? Moet iedereen aanwezig zijn bij de dagelijkse meditaties, moeten we vegetarisch eten, enzovoort. Dat werkt niet'. Zo komen we op het spoor van een aantal belangrijke kenmerken van een goede huisgenoot: 'Je kunt je verwachtingen bij stellen, je bent bereid om je eigen idealen en opvattingen te relativeren en om goed naar de ander te luisteren. Alleen zo kun je ergens in het midden uit komen. Wat is goed voor de ander? Wat is goed voor mij? Op welke plek kunnen we elkaar vinden zodat we beiden tot ons recht komen? Als je zo met elkaar praat als huisgenoten kom je er meestal wel uit. Daarbij zou je je altijd moeten realiseren dat de ideale groep niet bestaat. Hier en nu gaat het er om of ieder bij zijn eigen roeping kan blijven zonder anderen dwingend iets op te leggen'.

Doel

Cocky in de tuin van Stoutenburg

'Wat ik belangrijk ben gaan vinden hier in Stoutenburg is dat we als huisgenoten met een bepaald doel bij elkaar wonen. Bij ons is dat het milieuproject, met zijn praktische en zijn spirituele kanten. Dat doel, vooral het spirituele deel, is ontzettend bindend. Het geeft je een gezamenlijke basis waarop je door kunt gaan, waar je elkaar op kunt vinden. Als het wringt in de onderlinge contacten, valt het meestal in de gezamenlijke meditaties weer op zijn plek. Dan voel je een verbondenheid die zoveel groter is. Met zo'n gemeenschappelijk doel woon je niet bij elkaar vanwege de vriendschap. Er kan wel vriendschap ontstaan tussen de huisgenoten, maar vriendschap is niet de basis en ook niet het doel. Als dat eenmaal duidelijk is, kun je elkaar ook de ruimte geven zodat ieder zijn eigen geheim, zijn uniciteit kan bewaren. Elkaar liefhebben klinkt zo pathetisch en respect hebben voor elkaar is misschien wat te afstandelijk. Een combinatie van die twee is waarschijnlijk een goede houding voor een huisgenoot. Het gaat er voor mij om dat huisgenoten elkaar anders kunnen laten zijn en elkaar daarin kunnen liefhebben. Dan kun je ruimte geven, luisteren, dragen en gedragen worden en in je eigen kracht blijven'.

Afscheid nemen

Bij elkaar opgeteld heeft Cocky minstens veertig huisgenoten gehad in Leiden en in Stoutenburg. Is dat niet eindeloos zwaar, dat telkens weer afscheid nemen en opnieuw beginnen? 'Of het afscheid nemen zwaar is, hangt ervan af hoe het afscheid is gegaan. Als we goed afscheid hebben genomen, vaak met zegenwensen en oprechte evaluaties, blijven er ook lijntjes doorlopen. Ga je nog eens wandelen met een oud-huisgenoot, of zie je elkaar bij voorbeeld nog regelmatig in de tuin. Vooral de eerste jaren moesten we nog uitvinden hoe je dat doet, op een goede manier afscheid te nemen. Is er een onverwacht afscheid met allerlei spanningen, dan ontstaat er vaak een breuk en valt het afscheid zwaar'.

Levendig

'Afscheid betekent ook altijd weer ruimte voor iets nieuws, maar dat zie je pas later. Wat betreft de nieuwe huisgenoten, moet ik zeggen dat ik vooral geniet van de wisselingen. Dat houdt het project levendig. Ik zou al lang gestopt zijn als we hier met een klein, beslotenvriendenclubje zouden zitten! Ik vind het telkens weer boeiend om in gesprek te gaan met een nieuwe huisgenoot. Niet om alles weer overhoop te halen maar om te kijken: waar vinden we elkaar? Ik vind het echt leuk om me daar voor open te stellen en met nieuwe ogen te kijken naar wat misschien vanzelfsprekend was. Ik zit vijftien jaar op de tuin en ik heb daar inmiddels al wel met zeven verschillende huisgenoten samen gewerkt. Maar ik denk er niet over om te zeggen: begin maar hier en zo doen we het. Dan vind ik het gewoon niet leuk. Die wisselende samenwerking, dat opnieuw samen beginnen, maakt het werk telkens weer anders en boeiend'.

Mooie mensen

Wat heeft het Cocky gebracht, 25 jaar leven als huisgenoot in een leefgroep? 'Zachtheid en openheid. Echtheid ook, in de zin van geen praatjes, maar op zoek gaan naar de ware grond van het bestaan. Moed heeft het me ook gebracht en heel veel vertrouwen in men-sen. Ik ben huisgenoot geweest van zoveel mooie en verschillende mensen, van alle leeftijden en uit alle wereldde-len en ik heb van allemaal wat geleerd en zij misschien ook wat van mij'.

Lydia Janssen
Franciscaans Maandbiad

Terug       Top

Stoutenburg, maart 2006.