Home > Hein Stufkens

Toespraak bij op de receptie bij ons 20-jarig bestaan door

Hein Stufkens

Hein StufkensLieve mensen,

lieve Guy, Cocky, Carolien en Marco –
Ja ik noem jullie maar bij name, en met diep respect, want dankzij jullie trouwe toewijding bestaat Stoutenburg tot op de dag van vandaag.
En natuurlijk dankzij al die vele anderen die hier in die jaren gewoond hebben of als vrijwilliger gewerkt.

Hoe is het mogelijk vraag je je af?
En dat vragen jullie jezelf ook af, zo las ik in een recente tekst van Guy…
Hij schreef:
‘Vol verwondering kijken we in Stoutenburg terug op twintig jaar Franciscaans Milieuproject.
Hoe bestaat het dat we hier nog steeds wonen en werken?
Na een vliegende start in 1991, ging het op en neer, overleefden we ternauwernood drie maal een huuropzegging en zitten we nu opeens weer in de lift.
Hier zijn bijzondere krachten aan het werk.
En ik geef die krachten graag een naam: Franciscus, de kleine arme uit Assisi.
Hij zette ons ertoe aan.
Ook anderen herkennen in Stoutenburg de franciscaanse eenvoud, onbevangenheid, gastvrijheid voor wie hier langskomt.
Hier moet niets, wij nodigen uit. We leven hier, niet om anderen te bekeren, maar omdat we zelf graag zo willen leven. Door mee te leven kun je proeven van de innerlijkheid van waaruit wij leven in een grote eerbied voor en verbondenheid met heel de schepping.’

Een visioen

Misschien kennen jullie deze woorden van Antoine de Saint-Exupéry, die op mijn werkkamer in La Cordelle aan de muur hangen:
‘Wil je een schip bouwen? Roep de mensen dan niet bijeen om plannen te maken, werk te verdelen, gereedschap te halen en hout te hakken, maar wek in hen het verlangen naar de wijde oneindige zee.’

Dat hebben jullie gedaan.
Jullie hebben, steeds opnieuw, mensen bijeen gebracht rond een droom, een visioen – niet alleen een visioen over hoe je zelf samen met anderen gelukkig zou kunnen leven, maar ook een visioen over een andere, een nieuwe wereld – een wereld met respect en liefde voor de schepping.

Maar een visioen is niet genoeg.
Waar kan je op bouwen als je zo’n project wilt aanpakken en volhouden?
Op wilskracht, op deskundigheid, op moed?
Zeker, die kunnen helpen.
Maar ze kunnen je ook ontglippen of met je op de loop gaan tot je uit je opgeblazen ego barst.

Jullie hebben vanaf het begin geweten en ervaren dat overgave nodig is, vertrouwen op een grotere kracht dan die van onszelf.
Mét Franciscus hebben jullie die stem gehoord die zei: ‘Herstel mijn huis’.
En dat huis was niet alleen dit prachtige kasteel en zijn omgeving.
Zijn huis, dat is de heel deze prachtige wereld.

Onmogelijk zou je zeggen. Onbegonnen werk.
Maar op mijn prikbord in La Cordelle hangt nóg een tekstje, dat ook op jullie hier van toepassing is: ‘Doe iets dat zó moeilijk is dat het zou mislukken tenzij God ingrijpt.’
Immers, dat leerden we als kind al: bij God is niets onmogelijk!
Zeker niet als we ook nog eens in de voetsporen treden van Gods eigen troubadour, de kleine arme van Assisi.

Drie pijlers

En jullie zijn aan het bouwen gegaan, niet op zand, maar op drie stevige pijlers:

Gemeenschapsleven,
natuurbetrokkenheid
en spiritualiteit.

1) Leven in gemeenschap, dat is niet alleen vreugde delen maar ook verdriet, niet alleen elkaars mooie kanten tegenkomen, maar ook elkaars kleine kanten. Dat is ook schuren en botsen.
In een leefgemeenschap word je, zoals Benedictus al zei, als goud in de oven beproefd.
Dapper zoals jullie dat proces aan zijn gegaan en nog elke dag aangaan!

2) De tweede pijler, natuurbetrokkenheid, lijkt hier op Stoutenburg vanzelfsprekend.
Vanaf het begin kreeg jullie project dan ook de naam ‘milieuproject’.
Hoevelen hebben hier met jullie hun hart mogen ophalen aan het bos, aan die schitterende moestuin!
Die nadruk op de verbondenheid met de natuur is bij mijn weten uniek voor een religieuze gemeenschap in onze streken.
En die heeft natuurlijk een diepe doorwerking op die derde pijler:de spiritualiteit.

3) Stoutenburg vindt zijn inspiratie natuurlijk in de franciscaanse traditie. 
Natuurlijk, want als er ergens in het christendom eerbied voor de schepping als manifestatie van God te vinden is, dan is het wel bij de zanger van het Zonnelied.
Maar ook andere bronnen mogen hier stromen, zoals het boeddhisme van een Vietnamese monnik als Thich Nhat Hanh. Die spreekt als het over de schepping gaat altijd van: ‘inter-zijn.
Dat wil zeggen dat alles met alles samenhangt en verbonden is, dat het een niet kan bestaan zonder het ander.

Juist zoals Franciscus helpt hij ons te zien dat we verbonden zijn met alles wat is.
Als we vanuit dat besef van eenheid en verbondenheid leven zijn we helend en heilzaam voor onszelf, voor de ander en voor heel de schepping.
Wat dat betekent zou ik graag nog eens laten horen in de woorden van Guy zelf:

‘Die eenheid zal zich uitdijen naar heel de wereld om ons heen, waar we uit voortkomen en waar we met al onze vezels mee verbonden zijn. Incarnatie in schepping en vlees maakt het christendom mystiek én groen. Ons handelen is dan een handelen uit eenheid, uit de helderheid dat we slechts bestaan in verbondenheid en mee-ademen met heel de schepping. Dus vol aandacht, mededogen en gericht op het heil van de ander en het andere. Want dát zou onze bijdrage aan de schepping kunnen zijn: dat we de gerechtigheid en de liefde aan het licht brengen die in haar schoot sluimeren.’

Scheppingspiritualiteit

Ja, dat is het enige en het beste wat wij kunnen doen: onze bijdrage leveren.
En wat het uiteindelijk lot van de aarde en de mensheid dan zal zijn?
Ach, dat zullen we wel zien.
Voorlopig hebben we onze handen vol aan onze roeping om al onze creatieve vermogens en al het potentiëel van ons hart in te zetten, en ons te richten op schepping in plaats van op vernietiging. En daarbij mogen we ons gedragen weten door de goddelijke, kosmische scheppingskracht waar wij ten diepste één mee zijn.

Matthew Fox, de theoloog van de ‘scheppingsspiritualiteit’, schreef:
Zeker is dat de kosmos nog lang niet klaar is met zijn werk. Twintig miljard jaar hebben zijn verlangen naar schoonheid bij lange na niet bevredigd. De kosmos is nog altijd bezig geboren te worden en zich uit te breiden, en zij doet een appel op ons om daarin te participeren.
De menselijke soort, het jongste en meest verrassende kind van de kosmos, is geroepen om bewust een rol te spelen in dit geboorteproces.

En op de vraag wat God daarbij dan van ons precies verlangt, is de rest van dit citaat een prachtig en stimulerend antwoord:
Het luidt zo:De theologie belooft ons dat de Schepper, die nog niet gereed is met haar werk, meer blijdschap verlangt voor de kosmos. En wij, kunstenaars die wij allen zijn, dienen werktuigen te zijn van die blijdschap, een blijdschap van wijsheid en mededogen.

Wat mij betreft hebben jullie die bijdrage in de voorbije 20 jaar op unieke wijze geleverd.
En ik hoop van harte dat de wonderen zich hier mogen blijven voltrekken, en dat dit project en deze gemeenschap van Stoutenburg nog een lang en gezond leven mag toevallen.

Leren luisteren

Ik spreek die hoop en die wens zeker ook uit namens de velen die hier op deze plek leerden luisteren, en de velen die hopelijk ook in de toekomst nog de gelegenheid zullen krijgen om te leren luisteren - naar zichzelf, naar de ander, en naar de taal van de schepping, die Gods eigen alfabet is.

Alles begint met aandachtig luisteren.
Ook de roeping van Franciscus begon met luisteren.
En gaandeweg leerde hij Gods alfabet te ontcijferen en de taal van de schepping te verstaan.
Ik wil, in grote dank voor wat jullie hier mogelijk maakten, afsluiten met een passage uit het Stoutenburg-brevier –
een tekst van de franciscaanse broeder Eloi Leclerc over…luisteren:

Franciscus had zijn overwegingen in de eenzaamheid hervat.
Op de bospaadjes onder de dennen
werd het helle licht van de lente mild en buitengewoon zacht.
Hij kwam er graag ingetogenheid zoeken en bidden.
Hij zei bijna geen woord.
Zijn gebed bestond niet uit formules.
Hij luisterde vooral.
Hij nam er genoegen mee, daar te zijn en aandachtig te zijn.
Men zou zeggen, dat hij op de loer lag als een jager.
Zo bracht hij lange uren van wachten door,
terwijl hij lette op het minste verroeren
van de wezens en de dingen rondom hem,
gereed om er het teken van een Aanwezigheid in te ontdekken.
De zang van een vogel, het ruisen van de bladeren,
de halsbrekerij van een eekhoorn,
ja, ook de trage, stille groei van het leven,
sprak dat alles geen geheime, goddelijke taal?
Men moest vooral leren luisteren en begrijpen,
zonder iets te verwerpen,
zonder iets te verstoren,
nederig en vol eerbied,
en het stil maken in zichzelf

Mogen wij ons allemaal, samen met jullie, nog een leven lang blijven oefenen in die gehoor-zaam-heid. En moge deze plek daartoe nog vele jaren als oefenplaats dienen!

Proficiat!

Hein Stufkens
Stoutenburg, 27 mei 2011

Terug

Mei 2011