Home > Archief > Geschiedenis > 10 jaar: toespraak Both

Toespraak door bestuurslid Kees Both bij jubileum Milieuproject in 2001

Kees Both haalt in sneltreinvaart herinneringen op aan de bewogen geschiedenis van de jarige.

Tien jaar in vogelvlucht en sneltreinvaart

Ik kan me het nog goed herinneren, eind augustus 1991, op net zo’n mooie zonnige zaterdagmiddag als nu - de officiële start van het project – ruim aangekondigd, met een hele groep belangstellenden erbij. De communiteit stelde zich voor, Bette sprak een woord als voorzitter van het bestuur.

De aanloop van het project was toen al anderhalf jaar gaande – met zijn wortels met name in het Franciscaanse jongerenwerk, waarvan mensen regelmatig in het Koetshuis bijeenkwamen. De paters waren inmiddels al weer heel wat jaren uit het kasteel vertrokken. Er ontstonden ideeën voor een ‘Aarde Eren Communiteit’, aansluitend op het gelijknamige project van de Franciscaanse Samenwerking, als bijdrage aan het ‘Conciliair Proces voor Vrede, Gerechtigheid en Heelheid van de Schepping’. Vanaf het allereerste begin is er de ‘Koetsier van Stoutenburg’ - een onregelmatig verschijnend blaadje over het wel en wee van alle activiteiten.
In een praatpapier uit die voorbereidingstijd werd gesproken over ‘de vier van Stoutenburg’ – vier activiteitengebieden:
  • Een leefgroep voor bejaarde religieuzen.
  • ‘De Aarde Eren – communiteit – met religie en leefstijl als verbindende factor.
  • Een vormingshuis, c.q. gastenhuis – voor groepswerk en vergaderingen, later wellicht ook voor individuen.
  • Het werken in bos en tuin – wat hier, op deze plek, prachtig mogelijk zou zijn.
Het eerste punt heeft men maar laten vallen, de andere drie staan nog helemaal overeind. Ik wil het tienjaren-overzicht in sneltreinvaart (geen tijd voor ‘onthaasten’!) nu aan de hand van enkele thema’s vervolgen.

Allereerst de Communiteit

2000. De communiteit poseert voor een groepsfoto voor de rododendron. De ‘eerste’ communiteit bestond uit 9 volwassenen en 6 kinderen. Het streefgetal voor de communiteit werd vastgesteld op 10 volwassenen, plus kinderen. Het zijn er nooit meer dan 9 en meestal minder geweest, met als ondergrens 5. In de beginjaren was het nog erg kloosterachtig en trad je als nieuw communiteitslid in, en verbond je je voor minstens vijf jaar. Die verbintenis werd – en wordt – nog elk jaar in een viering bevestigd.
Van de negen starters zijn er nog vier over en anderen zijn gekomen en inmiddels grotendeels ook weer weggegaan. Dat ging niet altijd zonder problemen – het vraagt nogal wat om samen te leven als mensen met verschillende karakter en opvattingen en samen iets te ontwikkelen in een woon-werk-viergemeenschap. Niets menselijks is Stoutenburgers vreemd – hier wonen geen heiligen, hoe graag sommigen dat ook zouden willen. En voor een aantal communiteitsleden betekende hun leven hier een fase in hun ontwikkeling, waarna zij elders weer verder zochten.
Er wordt inmiddels anders omgegaan met mensen die serieus belangstelling hebben voor het meedoen met de communiteit – er zijn meer mogelijkheden geschapen. Je kunt een of een paar maanden of een jaar meedoen en dan alsnog besluiten of je langer blijft. Je kunt ook een maandag meeklussen, of een tuinweek meemaken, of …. Mensen krijgen de ruimte en de tijd (de vrijheid) om zich te kunnen verbinden. Wel blijft natuurlijk de noodzaak aanwezig dat er een vaste kern is, die al die veranderlijkheid aankan.

In veel leefgemeenschappen is het ‘alles of niets’ – je hoort erbij en bent mede verantwoordelijk of niet. Hier is men erin geslaagd om daarbij een grote mate van flexibiliteit te ontwikkelen, en toch voor voldoende continuïteit te zorgen, al was het soms op het randje van ‘redden we dat nog qua hoeveelheid werk?’
Het is bewonderenswaardig hoe een kleine groep mensen die zo goed op elkaar ingespeeld is, tegelijkertijd relatief gemakkelijk mensen voor kortere op langere tijd op kan nemen. Daardoor is het zo lang goed gegaan, wat beslist uniek te noemen is.
Een belangrijke factor in de communiteit is – als je terugkijkt en vergelijkt met andere leefgemeenschappen – ook de openheid voor reflectie binnen de communiteit – waarbij er ook buitenstaanders bij gehaald werden: ‘willen jullie ons bevragen?’ Zo werd bijvoorbeeld ‘De Expeditie’ in Amersfoort ingeschakeld in verband met de manier van besluitvorming en waren er in de beginjaren in verband met de tuin contacten met De Kleine Aarde. Dit soort reflecties houdt de zaak open, daardoor is de beweeglijkheid gebleven.

Binnen de communiteit is er ook aandacht voor de elkaars talenten, ook als de mogelijkheden (bijvoorbeeld doordat iemand ouder wordt), verschuiven. Wat iemand kan wordt altijd ingezet of hij of zij nu 8 is of 80. Je wordt niet gefixeerd op een bepaalde rol of bepaalde verwachtingen. Je krijgt ook de mogelijkheid om nieuwe talenten te ontwikkelen. Ook dit is een voedingsbodem voor dynamiek, die helaas vaak ontbreekt in leefgemeenschappen.
Een belangrijk spanningsveld was en is steeds gegeven door de verhouding tussen intern – wat je op Stoutenburg doet - en wat daarbuiten, wat werk betreft. Kun je je ‘binnen’ voldoende verbinden met je werk, is het werk daar bron van vreugde en inspiratie? Voor velen was en is dat inderdaad het geval – en dat levert beleving van heelheid op.
Ook bij het werk in en rondom het gebouw kun je werken aan je eigen bestaan, het hoort erbij. In veel woongemeenschappen is er vanwege het vele werk buitenshuis vaak te weinig tijd om binnenshuis samen de zaak op orde te houden en het te verbeteren.

Bestuur

De Stichting Francicaans Milieuproject heeft een bestuur. Daarin heeft de Communiteit enkele vertegenwoordigers, maar de meeste bestuursleden ‘komen van buiten’. Dat levert een vruchtbaar spanningsveld op, zo is deze tien jaar gebleken. Het project is meer dan de communiteit, reikt qua doelstelling verder dan hier, hoe belangrijk dat ‘hier’ ook is. Om het wat onsympathiek te zeggen – communiteit, gebouw en landgoed zijn middelen om de doelstelling van het project – het landgoed Stoutenburg te ontwikkelen tot een plek waar de zorg voor natuur en milieu wordt geoefend, voorgeleefd, gevierd, bemediteerd en bestudeerd – te bereiken. De personele samenstelling van het bestuur is deze tien jaar sterk veranderd, al blijven mensen er lang bij, ook omdat het zo’n boeiend project is met boeiende mensen. De inhoud is sterk verschoven – van zorgen voor voorwaarden – de financiële en andere zorgen domineerden de eerste zes jaar sterk – naar een sterker accent op de inhoud. De evaluatie die bij het vijfjarig bestaan werd uitgevoerd leverde onder andere op dat het studieuze aspect – de visie-ontwikkeling (wat wij ‘conceptontwikkeling’ hebben genoemd) meer aandacht moest krijgen. Sindsdien is dat ook gebeurd:
  • in de jaarlijkse Stoutenburglezing die vanaf 1998 wordt gehouden – door resp. Hans Achterhuis, Koo van der Wal en Ria Beckers;
  • in studiedagen in het voorjaar – over ‘Grijze cellen en groene vingers’, over het omgaan met de tijd, over het ‘heiligen van de dingen’, in publicaties die zijn verschenen en die welke nog op stapel staan;
  • in het ontwikkelen van een netwerk van en met mensen en instellingen die actief zijn op het terrein van natuur, milieu en levensbeschouwing, in binnen- en buitenland; vorig jaar mei hadden we hier een conferentie met een deel van dat netwerk en onze voorzitter is dezer dagen in Amerika bij een van deze zusterorganisaties – Genesis Farm in New Jersey, Amerika.

Op initiatief van de communiteit – of beter van een lid van de communiteit, want de anderen zagen diens computeractiviteiten lang met enige meewarigheid aan – werd een internetpagina ontwikkeld – www-stoutenburg.nl – die later echt een zaak van het project geworden is, met Guy als webmaster. Deze site wordt goed bezocht.

De relatie tussen stichtingsbestuur en communiteit heeft zich ontwikkeld van een afwachtend bestuur, waarbij communiteit en bestuur op elkaar zaten te wachten – ‘doen jullie nog eens wat?’ – naar een bestuur dat initiatieven neemt en daarbij de communiteit niet opjaagt, maar uitdaagt.

Een echte crisis vindt plaats in 1995, als de Franciscanen laten weten dat men geen groot onderhoud meer wil plegen aan het gebouw, het huurcontract eind 1996 willen beëindigen en Stoutenburg willen verkopen. Het project komt in gevaar, het gaat in het bestuur over niets anders meer dan over onderhandelen en over geld, maar gelukkig voor ons koopt Natuurmonumenten het landgoed. Zij vragen voorts een redelijke, maar fors hogere huur. Dat is aanleiding tot een onbescheiden vraag aan een groot aantal mensen om het project vijf jaar lang financieel te steunen, wat binnen enkele maanden leidt tot een paar ton aan toezeggingen. Toen werd ook duidelijk dat het project inmiddels een flinke kring aan sympathisanten had opgebouwd en wij zijn de vele donateurs dan ook zeer dankbaar.

Er werd een tweede stichting opgericht, waarin de zakelijke kant van Stoutenburg – het conferentieoord – werd ondergebracht, de Stichting Stoutenburg. Daardoor kon de Stichting Franciscaans Milieuproject door de belastingdienst erkend worden als instelling van algemeen nut – waardoor giften fiscaal aftrekbaar werden.

De Franciscanen

Met de Franciscanen waren de relaties gedurende de eerste jaren redelijk – al was Stoutenburg voor hen een vreemde eend in de bijt. In een gesprek van Communiteit, Stichting en Franciscanen in 1993 vragen de Franciscanen bijvoorbeeld hoe het gaat, dat samenleven van mannen en vrouwen. Ze vragen zich af of deze ervaring voor hun broederschap van belang kan zijn. Men maakt zich bezorgd over de overmaat aan vrouwen en over wat er gebeurt als alle mannen vertrekken en er alleen vrouwen overblijven (!). In het Stichtingsbestuur heeft een aantal jaren een vertegenwoordiger van de Franciscanen meegedaan. De crisis in 1996 heeft de relatie sterk op de proef gesteld, evenals de richting die het project uitging – van een exclusief christelijk geïnspireerd project naar levensbeschouwelijke verbreding, zonder overigens de christelijke wortels te verloochenen. Na de verkoop van het landgoed heeft het project geen directe relatie meer met de Franciscaner orde, al zijn er goede betrekkingen met verschillende mensen, kloosters en groepen in de Franciscaanse familie.

Vrijwilligers en gasten

Een blijvend element is de grote kring aan vrijwilligers – in de tuin- en bosweken, in andere activiteiten. Via deze vrijwilligers reikt het project verder de samenleving in. Ook gasten – de gebruikers van het conferentieoord – maken, zij het wat meer op een afstand, kennis met de sfeer van Stoutenburg.

Natuurbeheer

Vanaf het begin was natuurbeheer een deel van de doelstelling van het project. In het eerste huurcontract tussen communiteit en Franciscanen wordt dan ook afgesproken: ‘huurder zal in het bosperceel met name Amerikaanse vogelkers, esdoorn en bramen bestrijden. Ik verzeker u dat dit wat betreft de Amerikaanse vogelkers – de ‘bospest’ – behoorlijk gelukt is. Het gazon werd verschraald tot bloemrijk grasland, wat een langzaam proces bleek te zijn. In de beginjaren stelde een communiteitslid dan ook voor om de hele handel maar om te ploegen en er een bloemenmengsel in te zaaien. Het ging hem te lang duren. Waarop ik – sterk betrokken bij juist dit onderdeel – hem vroeg of een dergelijk ongeduld niet tamelijk onfranciscaans was. Sindsdien is het devies: wel zaaien, maar niet erbij planten – want grond en zaden weten samen het best wat daar op dat moment kan gedijen. Dat geldt ook voor de paddenpoel en het grasland er omheen.

De moestuin is een vast element, al die jaren. Hij is sterk uitgebreid en steeds mooier geworden, de grond is steeds beter geworden voor biologische teelt. De communiteit kan met de tuin voor een belangrijk deel in de eigen voedselbehoefte voorzien – het lijkt inmiddels wel een tuinderij!

De grotere samenleving

Een thema dat al die jaren vaak terugkwam was de relatie tussen wat hier gebeurt en de grotere wereld. Hebben we dar enige invloed op? Wat dat betreft hebben we weinig pretenties. We oefenen hier met een manier van leven en laten zien dat het ook zo kan – het kan in principe anders – dat besef proberen we warm te houden en uit te dragen. We proberen wel verschillende middelen te vinden om dat over te dragen – door hier mee te leven – maar ook via activiteiten op andere plekken, door publicaties en andere media. Misschien is kunst daarbij een belangrijk middel?

De toekomst

Zo komen we bij de toekomst, de komende tien jaar. Dank zij onze donateurs zijn wij in staat om wat verder vooruit te kijken. Bestuur en communiteit doen dat eerst apart – dat doen we wel vaker – en confronteren dan onze ideeën met elkaar. Zo zijn we in het bestuur bijvoorbeeld aan het nadenken over een verbeterde externe gerichtheid – met behoud van de sterke punten van nu – de gastvrijheid – bijvoorbeeld:
  • het ontwikkelen van een buurtnetwerk;
  • het bredere gebruik van de tuin – groter, als een soort biologische tuinderij voor de omgeving;
  • regelmatig – als knooppunt – een netwerk uitnodigen voor een bijeenkomst op Stoutenburg;
  • de gebouwen – milieuonvriendelijk als ze zijn – omtoveren tot milieuvriendelijke en energiezuinige locaties – als voorbeeldproject;
  • een extern iemand een studie laten maken van het project en de visie die erin schuilt naar boven halen;
  • misschien moet je wel een studiesecretaris aanstellen, die kan zorgen voor impulsen.
We denken na over het komende decennium – als optimisten zonder illusies, die gewoon doen wat ze vinden dat ze moeten doen en dat zo goed mogelijk.
Een dergelijke combinatie van realisme en idealisme, van radicaal denken en behoedzaam handelen, wens ik onszelf als milieuproject en ons allen hier toe voor de komende 10 jaar. We zullen zien. Ik hoop het nog mee te maken.

Uitgesproken door Kees Both, tijdens de viering van het tienjarig jubileum op 26 mei 2001.

Terug       Top

Laatst bewerkt: 22-04-2008.